Zachte ovenkoeken
![]() |
| Foto Cathy Van de Moortele |
Deze broodjes zijn ideaal voor jouw lunchbox! Je maakt er meteen 10, omdat ze makkelijk invriezen. Zo heb je altijd een lekker broodje in huis voor die last minute lunchbereidingen.
Bak de broodjes niet langer dan nodig, ze moeten zacht blijven. Zet een pannetje met heet water samen met de bakplaat met broodjes in de oven, zodat er stoom gecreƫerd wordt en de broodjes luchtig en zacht zullen worden.
Wat hebben we nodig:
- 300 ml volle melk
- 25 gr verse gist
- 10 gr fijne griessuiker
- 500 gr patisseriebloem + extra om te bestuiven
- 10 gr zout
- 30 gr boter, op kamertemperatuur
Hoe gaan we te werk:
- Meng de melk met de gist en suiker in de kom van de Kenwood en laat het papje schuimig worden.
- Voeg de bloem en het zout toe.
- Laat de Kenwood het deeg kneden op lage snelheid. Reken daar 11 min voor.
- Halverwege het kneden, voeg je de zachte boter toe.
- Bol het deeg op en laat het 1u rusten in een lichtjes ingevette kom met deksel.
- Ontgas het deeg en laat het 5 min rusten onder een handdoek.
- Weeg het deeg af en verdeel het in 10 gelijke balletjes.
- Laat de deegballetjes 10 min rusten onder een handdoek op een lichtjes bebloemd werkvlak.
- Rol de deegballetjes uit tot schijven (niet te dun en niet te dik, 12cm diameter is een goede richtwaarde) en leg ze op bakplaten met bakmatjes.
- Dek af met een handdoek.
- Laat de broodjes 1u rijzen.
- Bestuif ze met bloem.
- Verwarm de oven voor op 200°C.
- Zet een pannetje met wat water op het vuur en warm dat alvast op.
- Schuif de bakplaat in het midden van de oven en zet het pannetje met water op de bodem van de oven.
- Bak de broodjes 10 - 11 min of tot de onderkant net gekleurd is.
- Wikkel de broodjes meteen na het bakken in een handdoek, zodat ze mooi zacht blijven.
![]() |
| Foto Cathy Van de Moortele |
TIP:
Bewaar de volledig afgekoelde broodjes in een gesloten plastic zakje, type Ziploc.
Gebruik geen heteluchtoven, het zou de broodjes te snel uitdrogen waardoor ze niet zacht zullen zijn.
![]() |
| Foto Cathy Van de Moortele |



Reacties